woensdag 26 maart 2025

Oude vrienden van vroeger

 

 

 Het zal iedereen wel eens overkomen dat je vrienden van vroeger na jaren weer eens tegenkomt. Is het niet door het werk of studie dat je uit elkaar groeit, dan kan het ook zijn dat door het huwelijk en het krijgen van kinderen er andere interesses ontstaan.

Zo ging het ook met Klaas en mij. Jarenlang waren we onafscheidelijk: we deelden dezelfde hobby’s, gingen samen op vakantie en kenden elkaars families. Maar zoals dat vaak gaat, bracht het leven ons op verschillende paden. Ik verhuisde voor mijn werk naar een andere stad, terwijl Klaas druk was met zijn gezin. Het contact verwaterde, tot het op een dag onverwacht werd hersteld.

Op een zonnige zaterdagmiddag liep ik nietsvermoedend door het centrum van mijn oude woonplaats, toen ik plotseling een bekende stem achter mij hoorde:

"Willem? Ben jij dat?"

Ik draaide mij om en daar stond Klaas, met een brede glimlach en een verbaasde blik. Het was even alsof de tijd had stilgestaan.

"Klaas! Wat een toeval!" riep ik uit.

We gaven elkaar een stevige handdruk en begonnen meteen te praten, alsof we elkaar gisteren nog hadden gezien. De eerste minuten gingen over koetjes en kalfjes, maar al snel kwamen de herinneringen naar boven: de avonden in de kroeg, de spontane roadtrips, de gekke streken die we samen uithaalden.

"Hoe is het met je?" vroeg ik uiteindelijk.

Klaas haalde zijn schouders op. "Druk, weet je wel. Werk, kinderen… Het leven gaat gewoon door. En met jou?"

Ik knikte. "Hetzelfde. Maar eerlijk gezegd… soms mis ik die oude tijden wel."

Er viel een korte stilte, gevolgd door een grijns op Klaas zijn gezicht. "Weet je wat? Waarom spreken we niet gewoon weer eens af? Één avond, zoals vroeger. Even ontsnappen aan de sleur."

Ik lachte. "Dat klinkt als een plan."

Die avond zaten we samen in onze oude stamkroeg, proostend op het verleden én op een vriendschap die, ondanks de tijd en afstand, nooit echt verdwenen was.

Terwijl we aan ons bier nipten, kwamen de herinneringen vanzelf naar boven. Klaas grijnsde en tikte met zijn glas tegen het mijne.

"Weet je nog die keer dat we met die oude Opel Kadett naar Frankrijk reden en hij halverwege de snelweg de geest gaf?"

Ik schoot in de lach. "Hoe kan ik dat vergeten? We stonden daar in de brandende zon, geen idee wat we moesten doen. En toen kwam die Franse boer op zijn tractor aanrijden..."

"...die geen woord Engels sprak, maar ons uiteindelijk wel naar het dichtstbijzijnde dorp sleepte!" vulde Klaas aan.

We schoten allebei in de lach en proostten opnieuw.

"Of die keer dat we ons als scholieren in die sjieke bruiloftsmodeshow wisten te wurmen?" vroeg ik.

Klaas verslikte zich bijna in zijn slok bier. "Oh man, ja! Iedereen dacht dat we modellen waren, terwijl we eigenlijk gewoon op zoek waren naar gratis drank en hapjes!"

"En het werkte!" zei ik triomfantelijk.

Klaas schudde zijn hoofd. "Wat een tijden. Geen zorgen, geen verplichtingen. Alleen maar plezier maken."

We zaten samen aan een tafeltje bij de “Oude Kuijper”, omringd door de zachte gloed van kaarslicht en het zachte geroezemoes van gesprekken om ons heen. Het was alsof de jaren tussen ons wegvielen, en herinneringen uit vervlogen dagen kwamen levendig terug.

"Je weet toch nog wel die avonden bij Klaas Bak?" vroeg Klaas met een grijns. Ik knikte, mijn ogen glinsterden bij het terugdenken. "Hoe konden we die vergeten? Die jukebox die altijd vastliep, en die barman die iedereen kende."

We lachten om de roekeloosheid van onze jongere jaren—de nachten die we doorbrachten met oude vrienden, de onhandige dansjes, en de meisjes die onze wereld even lieten draaien. Ik herinnerde me nog hoe ik ooit struikelde over de bar terwijl ik indruk probeerde te maken op Evelien. Klaas kon het niet laten om me ermee te plagen: "Ik geloof dat je meer indruk maakte op de vloer dan op haar." Klaas had een oudere zus, Marieke, die drie jaar ouder was en altijd vol verhalen zat. Wanneer ze met haar vriendin Sophie bij hun ouders op de bank zaten, voelden wij ons vaak als nieuwsgierige muisjes die graag mee wilden luisteren. Vaak spraken ze over liefde en vriendschap, onderwerpen die voor ons nog zo ver weg leken, maar toch ontzettend interessant waren.

“Zijn jullie dan nog zo groen?” vroegen ze ons soms met een knipoog. Wij keken elkaar aan, vol schaamte, maar ook met een sprankje nieuwsgierigheid. Wat wisten zij dat wij nog niet wisten? Het was de tijd waarin televisies zeldzaam waren, en de enige beelden van liefde die we zagen, waren die in blote blaadjes met banderollen in de etalages van winkels. De wereld was mysterieus en vol geheimen.

Op een dag, tijdens een van onze weekend avonturen, besloot ik dat we meer wilden weten. “Laten we de zolder opgaan,” stelde ik voor aan Klaas. De zolder was altijd een plek van fantasie, vol oude spullen en vergeten verhalen. Wie weet wat we daar zouden ontdekken?

We klommen de krakende trap op en duwden de zware zolderdeur open. Het licht viel door een klein raampje en onthulde een wirwar van oud speelgoed, boeken en kleding uit vervlogen tijden. In het midden stond een grote, stoffige kist die onze aandacht trok. “Wat zouden we daar in kunnen vinden?” vroeg Klaas, zijn ogen glinsterend van nieuwsgierigheid.

Met een combinatie van enthousiasme en een vleugje angst openden we de kist. Wat we vonden, verbaasde ons: er lagen oude brieven, foto’s en een mooi rood dagboek. Klaas pakte het dagboek op en blies het stof weg. Het was duidelijk dat dit ergens over ging. “Laten we kijken wat erin staat!” stelde ik voor. We openden het dagboek en begonnen te lezen. Het bleek het dagboek te zijn van een jonge vrouw, die tientallen jaren geleden leefde. Ze beschreef haar eerste liefde, haar dromen en de angsten die ze had. Het was geschreven in een poëtische stijl die ons betoverde. En hoewel het verhaal oud was, voelden we ons verbonden met haar emoties. Hoe verder we lazen, hoe spannender het werd. Op een gegeven moment ontdekten we een brief gericht aan de jongen die haar hart had gestolen. “Als je dit leest,” stond er, “weet dan dat ik jou nooit zal vergeten. Onze liefde is misschien onmogelijk, maar de herinneringen zullen voor altijd bij me blijven.” Een koude rilling liep over mijn rug. Wat was er met die liefde gebeurd? Had ze hem ooit weer gezien? Plotseling hoorden we stemmen beneden. Marieke en Sophie waren terug! “Snel, verstoppen!” fluisterde Klaas. We gooiden het dagboek snel terug in de kist en kropen achter een stapel oude dozen. Vanuit onze schuilplaats konden we de meiden horen praten. “Wat een leuke avond, hè? Laatst vertelde ik Klaas dat hij nog zo groen is... maar ik vind het schattig!” zei Marieke. Mijn hart sloeg een slag over. Schattig? Was dat wat ze echt dacht? Klaas en ik keken elkaar aan en besloten dat we niet meer konden wachten. Met een sprongetje van moed sprongen we tevoorschijn: “Wat doen jullie hier?”
De verbazing was groot. Marieke en Sophie keken ons met grote ogen aan. Klaas en ik voelden ons eerst een beetje beschaamd, maar toen barstten we in lachen uit. “We waren gewoon nieuwsgierig naar wat er op zolder lag!” zei Klaas. Marieke lachte en zei: “Nou, nu we hier zijn, kunnen we het misschien samen over liefde hebben! Jullie zijn misschien nog groen, maar dat betekent niet dat jullie niks kunnen leren!”
En dat was het begin van een spannende, leerzame middag vol verhalen, lachen en een beetje blozen. Terwijl de zon onderging, wisten we dat we niet alleen meer over liefde hadden geleerd, maar ook dat de wereld minder mysterieus en veel spannender was dan we ooit hadden gedacht.

 


Ah, en dan de glorieuze dagen van avontuur met onze Batavus Super Sport! Klaas en ik, twee jeugdige dromers met de wind in onze haren en vrijheid in onze harten, scheurden door de Friese landwegen op onze trouwe stalen rossen. Die bromfietsen waren niet zomaar bromfietsen; het waren onze paspoorten naar avontuur en de wielen van vrijheid.

Elke zaterdag was een nieuwe kans om nieuwe plekken te ontdekken. We spraken af bij het oude schoolgebouw, waar we onze helmen opstaken en ons klaar maakten voor vertrek. Met een knipoog naar elkaar startten we de motoren, en de vertrouwde brullende klanken vulden de lucht. Klaas had altijd de snelste, en ik moest mijn best doen om hem bij te houden, maar dat was nooit echt een probleem. In die zonovergoten momenten waren we allebei de koning van de weg.

We reden door schilderachtige dorpjes met hun groene akkers en oude boerderijen, langs de sloten vol bloemen die in de wind dansten. Het leek wel een schilderij dat steeds veranderde terwijl we voortreden. Klaas riep altijd enthousiast, “Kijk daar!” als hij iets bijzonders zag. We stopten vaak om te genieten van de natuur of gewoon om een ijsje te halen bij de lokale boerderij. De wereld voelde zo groot, en wij waren er maar al te graag deel van.

“We moeten deze momenten koesteren,” zei Klaas met een serieuze stem. “Dit zijn de herinneringen die ons altijd bij zullen blijven.” Ik knikte en voelde de waarheid van zijn woorden. Samen waren we avonturiers, altijd op zoek naar wat de wereld te bieden had, en dit moment was één van de mooiste tot nu toe.

Met een gevoel van voldoening en dankbaarheid voor ons vriendschap, maakten we plannen voor onze volgende avontuur. Wie weet waar de Batavus Super Sport ons volgend jaar zou brengen? Op een zondag stonden we weer bij Klaas voor huis en hadden afgesproken om naar Gorredijk te gaan. En toen ik startte, vergat ik om uit te kijken en voordat ik het wist, werd ik wakker in het ziekenhuis met een hersenschudding. Gelukkig hadden we wel altijd een helm op, anders had het wel anders kunnen aflopen. Zes lange weken heb ik daar gelegen. Het bezoek van vrienden en vriendinnen vergoedde die lange tijd nog wel en als Klaas kwam, was het altijd weer een feestje. Klaas was namelijk een fenomeen in het vertellen van goeie moppen.

Maar terwijl de herinneringen ons verwarmden, voelden we ook een vleugje melancholie. De tijden waren veranderd, en met ons de plekken en de mensen. Toch, in dat moment, vonden we troost in elkaar en in het verleden dat ons voor altijd verbond.

 

"Misschien moeten we binnenkort weer eens een biertje drinken in een onze oude kroeg," stelde Klaas voor.

Ik glimlachte. "Absoluut. Maar deze keer zonder te struikelen."

En zo werd het verleden een brug naar nieuwe herinneringen die we samen konden maken.

Er viel een korte stilte, een moment van bezinning. We wisten allebei dat de tijd niet terug te draaien was, maar op dat moment voelde het even alsof we weer die zorgeloze jongens waren van toen.

"Misschien moeten we dit vaker doen," zei Klaas uiteindelijk. Ik knikte. "Dat lijkt me een goed idee."

"Wat dacht je van het volgende weekend?" vroeg Klaas enthousiast. "We kunnen onze oude vrienden uitnodigen, en misschien zelfs die band die we vroeger zo leuk vonden."
"Dat klinkt geweldig," antwoordde ik, terwijl ik de beelden voor me zag van onszelf die samen lachten, verhalen vertelden en herinneringen ophaalden in onze favoriete kroeg.

Terwijl we verder reden door de stille straten, leek de wereld om ons heen even stil te staan. De lucht was nu gevuld met sterren, als kleine lichtjes die ons pad verlichtten. We spraken niet veel, maar onze glimlach en de wind die langs onze gezichten streek waren genoeg. Het was het soort stilte dat alles zegt, zonder woorden.

De weg leek eindeloos, een uitnodiging om te blijven rijden, te blijven dromen, alsof de nacht nooit zou eindigen. Klaas gebaarde plotseling naar een oude boerderij aan de horizon. "Weet je nog? Hier kwamen we vroeger altijd met die zomeravondconcerten. Misschien kunnen we dat ook weer doen."

Ik knikte, terwijl een nieuwe golf van herinneringen over me heen kwam. Het voelde alsof we niet alleen naar huis reden, maar naar een plaats waar tijd geen betekenis had, waar alleen wij, onze verhalen, en onze brommers bestonden.

Met die gedachte reden we verder, de nacht in, met de belofte dat onze avonturen nooit echt voorbij zouden zijn. Dit was pas het begin.

 

 

 

 

 

 

zondag 23 maart 2025

Een onvergetelijke week

 Het moet rond 1978 zijn geweest. In onze slagerij werkte een vriendelijk en leergierig meisje, Wilma. Ze was er inmiddels al een tijdje en had het vak snel onder de knie gekregen. Haar omgang met klanten was prettig en ze bracht een fijne sfeer in ons team. Zo rond de 22, misschien 23 jaar oud, en voor zover ik me herinner had ze geen vaste verkering.

Tijdens de Pinksterkermis raakte Wilma in gesprek met een man. Een iets oudere jongeman, die haar duidelijk wist te boeien. En zoals dat gaat, bleef zoiets niet onbesproken tijdens de koffiepauzes. Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Al snel hoorden we meer over hem. Hij stelde zich voor als Peter Jan, bouwkundig ingenieur van beroep, woonachtig in Wolvega. Een charmante man met een vlotte babbel, die overal over leek mee te kunnen praten. Niet lang daarna stond hij op een middag in de winkel. Hij maakte direct een goede indruk; wist precies hoe hij een praatje moest aanknopen, ook met ons. Toen het onderwerp watersport ter sprake kwam, bleek hij daar ook alles van te weten.

Er ontstond een klik, niet alleen tussen hem en Wilma, maar ook met ons. In de weekenden kwamen ze soms samen langs. Altijd gezellig, onderhoudend. In die tijd was het skûtsjesilen een vast onderdeel van onze bouwvakvakantie. Als Peter Jan hoorde dat wij dat jaar weer de wedstrijden op de Friese meren zouden volgen, vertelde hij enthousiast dat hij een nieuwe boot had gekocht, een Saga 27. De levering stond gepland rond de bouwvak, precies op tijd om met ons samen naar het skûtsjesilen te varen.

 In de eerste week van het skûtsjesilen nodigde hij ons allemaal uit – zelfs de andere medewerkers van de slagerij – om op maandag mee te gaan naar de Fluessen. De boot zou dan meteen feestelijk gedoopt worden. We reden die ochtend met z’n allen naar de werf, in afwachting van dat mooie moment. Maar eenmaal daar kregen we te horen dat zijn schip nog niet klaar was. Wat vreemd, dachten wij nog, want bij de aankoop van zo’n schip wordt de afleverdatum altijd ruim van tevoren afgesproken. Toch leek Peter Jan het snel geregeld te hebben. Na een overleg van bijna een half uur kreeg hij een ander, nieuw schip mee.

Achteraf beschouwd was dat al een vreemd verhaal, maar op dat moment dachten we er verder niet bij na. We moesten vaart maken om op tijd bij de wedstrijden te zijn. Wat volgde was een prachtige dag: schitterend weer, genoeg wind voor de skûtsjes en gezelligheid aan boord. Aan het eind van de dag werden wij afgezet en voeren Peter Jan en Wilma verder, om hun vakantie samen te vieren.

Dinsdagmiddag kregen we een telefoontje. Er zou iets mis zijn, maar niemand kon ons precies vertellen wat. Pas op woensdag kregen we meer te horen. Peter Jan bleek getrouwd te zijn… en hij had een zoon. Het schip dat hij zogenaamd gekocht had, was helemaal niet van hem. Hij had het nooit kunnen betalen vanwege torenhoge gokschulden. Op de werf vertelden ze dat hij met zijn vlotte babbel zelfs 10.000 gulden had kunnen loskrijgen als hij erom had gevraagd. De politie was inmiddels een opsporing begonnen, om te voorkomen dat hij Wilma als dekmantel gebruikte en met het schip verdween.

Woensdagavond gingen we samen met Wilma’s broer en zus op zoek. Haar zus had van Wilma gehoord dat ze in de buurt van Langelille lagen en dat ze donderdag van plan waren naar Heerenveen te varen om boodschappen te doen. We hoopten dat ze inderdaad die kant op zouden komen.

Donderdagochtend was het druk in de winkel. Zonder Wilma moesten haar taken verdeeld worden en ondertussen speelden de zenuwen op: zouden ze vandaag verschijnen? En wat moesten we dan doen? De spanning werd met elk uur groter. Haar familie belde geregeld om te vragen of er nieuws was.

En toen, tegen drieën, kwamen ze de winkel binnen. Met veel lawaai en een vrolijk goedemiddag, alsof er niets aan de hand was. Mijn hart bonsde in mijn keel. We begeleidden Peter Jan en Wilma naar boven, zogenaamd voor een kop koffie met mijn man. Ondertussen glipte ik ongemerkt naar de telefoon en belde de politie.

Tot mijn verbazing wisten ze nog niets van het hele verhaal. Ik vertelde hen alles. Ze zouden meteen komen.

Tien minuten later ging de bel. Twee agenten stapten binnen, gingen zonder aarzeling naar boven en arresteerden Peter Jan ter plekke. In handboeien werd hij afgevoerd naar het politiebureau. Wat een opluchting… In mijn hoofd had ik al talloze rampscenario’s zien passeren. Maar nu was het voorbij.

Voor Wilma was de klap groot. Ze had helemaal niets doorgehad. De man op wie ze sinds Pinksteren verliefd was, bleek een leugenaar, een crimineel. Ze was volkomen van haar stuk. Later die middag werd ze door haar familie opgehaald en meegenomen naar huis.

De eigenaar van de werf kwam die avond nog langs om ons te bedanken. Ook hij was geschokt. Hij had Peter Jan volledig vertrouwd, iets wat je in de zakenwereld zelden zag, zei hij. Het had hem diep geraakt, maar hij was dankbaar dat alles goed was afgelopen. "Laat dit maar een leermoment zijn," zei hij met een klein, moedeloos glimlachje.

Twee dagen later, op zaterdag, was Wilma er weer. Ze vond het fijner om tussen de mensen te zijn dan alleen thuis te zitten. En zo stonden we daar weer, zij achter de toonbank, met een dappere glimlach. Het leven ging verder. Maar die week? Die vergeten we nooit meer.

Een droom uit het verleden

 

 


In de schaduw van de nacht, terwijl de sterren stil het licht van de maan weerkaatsten, wandelde ik door de stille straten van mijn gedachten. De straten waren verlicht door de flonkerende lichten van herinneringen die in de verte glinsterden. Soms kwam er een droom voorbij, een vluchtig beeld dat voorbijging zonder dat ik het kon vangen; andere keren had ik het gevoel dat ik een verhaal vertelde, een verhaal vol leven en betekenis. Maar deze nacht was anders. Deze nacht ging de droom verder dan alleen de flarden die zo vaak mijn geest vulden.

Ik bevond me in mijn slagerij, de plek die een integraal deel van mijn leven was geweest. Het was een eerbetoon aan vakmanschap en traditie, waar de geur van vers vlees en gekruide worsten de lucht vulde met zijn uitnodigende aroma. Ik herinnerde me de samenwerking met lokale boeren, het schudden van handen op de vochtige velden, de onderlinge band die niet alleen een zakelijke relatie was, maar een verbinding van harten en zielen. Trots overviel me telkens als ik hun producten met liefde en zorg in mijn winkel presenteerde.

Achter de toonbank stond ik, glimlachend, omringd door kleurige verpakkingen en levendige klanten. De deurbel rinkelde – een symfonie van verwelkoming die altijd een warme gloed in mijn hart teweegbracht. Klanten kwamen niet alleen voor het vlees; ze kwamen ook voor de gesprekken, de lachen en de verhalen die ons verbond. Mijn handen stonden niet alleen in contact met vlees, maar ook met mensen, met hun levens, hun vreugde en hun zorgen. De winkelmeisjes die naast me stonden, straalden dezelfde warmte uit, en samen creëerden we een sfeer waarin iedereen zich welkom voelde.

De droom was een levendige herinnering aan de invulling die ik aan mijn leven gaf. Het ritmische tikken van mijn mes vulde de ruimte, terwijl de stemmen om me heen een harmonie vormden die de dagen vulden met betekenis. Maar net als het mooiste muziekstuk, werd het plotseling verstoord. Een vreemde ruis klonk door mijn heerlijke illusie heen, een onmiskenbaar teken dat de realiteit zich weer aandiende. Langzaam vervaagde de warme gloed van de winkel, de gelach en het geroezemoes met elke seconde meer, totdat alleen nog het gewicht van spijt in mijn handen bleef hangen.

Toen opende ik mijn ogen, en de kamer viel langzaam terug in zicht. Het plafond van mijn slaapkamer was alles wat ik nu had; de droom was slechts een echo, een warme herinnering aan wat ooit was. Terwijl de zachte ochtendzon zijn stralen over de vloer verspreidde, kon ik niet anders dan glimlachen. Ja, deze droom herinnerde me eraan wie ik ooit geweest was en hoe ik de wereld zag door de lens van passie en toewijding.

Ik realiseerde me dat dromen niet altijd bedoeld zijn om gerealiseerd te worden; soms zijn ze simpelweg reflecties van wie we zijn en wat we hebben meegemaakt. Dromen van vroeger kunnen ons vertellen over de successen die we boekten en de problemen waarmee we worstelden. Ze zijn als oude vrienden die ons uitnodigen om opnieuw contact te maken met onze diepste verlangens en herinneringen. Deze nacht, deze droom, was een boodschap van mijn ziel – een herinnering dat zelfs als de tijd voorbij gaat, de essentie van wie ik was, altijd bij me zal blijven. En met die gedachte omarmde ik de dag die voor me lag, vol nieuwe mogelijkheden, gefundeerd op de liefde en de ervaring die ik met me meedroeg.

donderdag 20 maart 2025

Onze zwerftochten door de stad Leeuwarden

 


De geur van de oude stad hangt nog steeds in mijn gedachten. Als een kleine jongen van acht werd mijn wereld gevormd door de straten en pleinen van “De oude stad.” Samen met Tjeerd Poppinga dwaalden we door het stadsdeel, gedreven door een onstuitbare nieuwsgierigheid. De Prinsentuin was een van onze favoriete plekken – een historische tuin, meer dan 200 jaar geleden aangelegd, waar de verhalen van de Nassau”s nog in de wind leken te fluisteren. Kinderen speelden er in groepjes, muziek klonk vaak vanuit de koepel, en voor ons was het een wonderland van verkenning en avontuur.

Soms stuitten we op de rauwere kant van het stadsleven, zoals de keer dat een vechtpartij uitbrak tussen oudere jongens in de tuin. De spanning, de chaos – het was een nieuw gezicht op een wereld die we dachten te begrijpen. Maar de politie loste het op, en het spektakel liet een blijvende indruk achter.

Onze zwerftochten brachten ons verder, langs de Boterhoek, de straten van de Oldehove, en over markten waar vrachtrijders uit alle hoeken van de provincie zich verzamelden. Hun accenten, kleding en hoeden fascineerden ons, alsof ze dragers waren van verhalen uit verre oorden. De Oldehove zelf, trots en scheef, was een constante herinnering aan de rijke geschiedenis van onze stad.

De straten werden onze speeltuin. Zonder achtertuinen of ruime parken waren het de stoepen en pleinen waar we speelden, ontdekten en groeiden. Soms durfden we verder te gaan, naar de Tweebaksmarkt of zelfs het pontje over naar de Potmarge. Daar, te midden van fruitkwekerijen, plukte ik een keer bessen voor een paar dubbeltjes. En al moesten we voor de aardbeien op onze knieën, ze smaakten zoveel zoeter.

De stad was niet zomaar een decor; het was een meester, een gids, een speelkameraad. Elke straat, elke geur, elk geluid droeg bij aan een onuitwisbare herinnering, een verhaal dat me gevormd heeft. Het leven was simpel, maar rijk aan avontuur, en de stad—onze stad—was de spil waarom alles draaide.

 

 

  Het verhaal aan de terp Aan de voet van de oude terp van Deinum, waar de wind altijd iets van zee in zich meedraagt en de lucht naa...